dictionary extension

Thì của động từ

Tegenwoordig en verleden deelwoord: bepleitend; bepleit
Presens: bepleit, bepleit, bepleit (4e - 6e pers.) bepleiten
Imperfect: (1e - 3e pers.) bepleitte (4e - 6e pers.) bepleitten
Toekomende tijd I: zal bepleiten, zult bepleiten, zal bepleiten (4e - 6e pers.) zullen bepleiten
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou bepleiten (4e - 6e pers.) zouden bepleiten
Perfectum: heb bepleit, hebt bepleit, heeft bepleit (4e -
© dictionarist.com